Eerste hulp bij achteruitgang

Gea, Janneke en Elsje, drie dames van in de 90 met een vorm van dementie. Gea heeft jaren bij ons gewoond, Janneke enkele maanden en Elsje enkele weken. 


Toen Gea bij ons kwam wonen was ze nog aardig “bij de pinken”, weet ik van collega’s (want ik kwam er pas werken toen Gea er al een jaar of 2 woonde) In die jaren ging zij steeds een stukje achteruit op cognitief gebied. Van een vrolijke vrouw die wel van een feestje hield en graag onder de mensen was, veranderde zij in een vrouw die aan steeds minder activiteiten meedeed. Niet alleen omdat ze er niet altijd meer zin in had, maar ook omdat zij, wanneer zij wel mee had gedaan aan een grote activiteit, daarna vaak zo overprikkeld was dat ze vaak erg boos was. Op de zorg, maar ook op medebewoners. Toen dit een aantal keren tot fysieke agressie had geleid werd het tijd om dit met de arts te bespreken. Er werd een episode aangemaakt, een apart kopje in het zorgdossier waarin we tijdelijk een situatie kunnen monitoren, kunnen evalueren en eventueel acties op uit kunnen zetten. Uit de episode kwam naar voren dat Gea eigenlijk niet langer op haar plek was. De afdeling was te groot, de geboden activiteiten niet meer passend bij Gea en daarnaast konden wij haar niet bieden wat wel nodig was, een op een aandacht. In nog een overleg bespraken we dat overplaatsing naar het gesloten huis van de zorgorganisatie waar ik werk, passend zou zijn. 


Janneke

Janneke heeft bijna een jaar bij ons gewoond. Eigenlijk is dit gek om zo te zeggen, want het omgekeerde is waar. Mijn collega’s en ik werken in het huis waar onze bewoners wonen. Zij woonde dus bijna een jaar in de Oude Vesting. Toen zij hier kwam wonen was ze een kwieke dame, een gepensioneerd actrice. Haar lange witte haren waren altijd netjes gekapt, en als er plukjes los kwamen maakte zij dit zelf weer netjes vast. Het liefst trok Janneke iedere dag een schone jurk aan, broeken waren er in haar garderobe niet te vinden. Ze ging zelf naar het toilet als dit nodig was, hielp in de huiskamer vaak met kleine klusjes en genoot hiervan. Maar naarmate de maanden verstreken viel ons op dat zij steeds vaker in de war was. Soms kwam ze aangekleed maar op blote voeten naar de huiskamer, dan weer liep zij in haar nachthemd over de afdeling. Iedere middag tegen de tijd dat de warme maaltijd gegeten zou worden, kleedde zij zich uit en ging naar bed. Tafeldekken lukte alleen nog onder begeleiding, het lukte Janneke niet meer om de dingen op de juiste manier op tafel te leggen. Een placemat op een bord, bestek in een glas of drie lepels bij een bord. En dit maakt allemaal niet uit, mijn collega’s en ik helpen iedereen met liefde. Maar Janneke ging nog verder achteruit. Kwam in alleen een incontinentiebroekje, die zij verkeerd had aangetrokken waardoor het kruis op haar heup zat en het broekje dus niks kon absorberen, naar de huiskamer. Sprak steeds onsamenhangender en ging steeds meer acteren. Alsof zij wilde verbloemen wat er aan de hand was. Het acteren werd steeds overdrevener en Janneke kreeg steeds meer negatieve opmerkingen, kritiek en nare blikken. En ze had het allemaal door. De dementie brak haar af, maar nog niet zover dat ze niet door had wat er gebeurde. Ze werd steeds ongelukkiger en liep steeds vaker te huilen. Kroop steeds vaker overdag in bed waardoor het dag/nacht ritme werd verstoord. Ook voor Janneke gingen we het traject in om te onderzoeken of deze afdeling nog wel de juiste was, uiteindelijk was de conclusie dat verhuizen naar een kleinere setting binnen de organisatie het beste zou zijn. 

Elsje

Arme Elsje. Twee maanden heeft ze in de Oude Vesting gewoond. Afgelopen zomer ging zij met haar ruim 80 jaar nog naar festivals en was zij een zelfstandige vrouw. Toen viel ze, werd geopereerd, moest revalideren en kon niet meer naar huis. Opname in de Oude Vesting was onvermijdelijk. Elsje was een pittig wijfie, ze was precies dit. Knal rood haar met een uitgroei van enkele maanden. Klein, met altijd een spijkerbroek en stevige stappers aan. Ze wist heel goed wat ze wilde, en nog beter wat ze niet wilde. Als ze het ergens niet mee eens was dan liet ze dit luid en duidelijk merken. Vanuit het revalidatiecentrum kregen wij een benaderingsadvies, dit bleek op dag 1 al niet te werken met als gevolg dat ik een flinke aanvaring met haar had waardoor ik eigenlijk gewoon een beetje bang voor haar was geworden. Met de verpleegkundige sprak ik af dat ik haar een week even niet zou helpen en het daarna weer zou proberen. Dit week was niet nodig, Elsje zocht mij zelf in die week op. We kletsten, ik liet het benaderingsadvies varen en vanaf dat moment konden we met elkaar lezen en schrijven. Oke, ik moest wel eens tussen haar en medebewoners springen om escalatie te voorkomen, want de medebewoners hadden vanaf dag 1 helemaal niks met haar. Heel sneu, want hiermee kwam Elsje op een eilandje te zitten. Cognitief ging ze heel hard achteruit in die 2 maanden. Omdat ze geen aansluiting had met medebewoners zocht zij altijd iemand van de zorg op. Elsje ging nog harder achteruit en begon de zorg te claimen. Ging na de warme maaltijd meteen naar bed en was niet tegen te houden (weet je nog dat ik vertelde dat zij heel goed wist wat ze wilde, en nog beter wat ze niet wilde?!) Eenmaal in bed begon de onrust. Steeds in en uit bed, de zorg opeisen en boos worden als wij met iemand anders bezig waren. 


Elsje heeft vanaf dag 1 duidelijk aangegeven niet in de Oude Vesting te willen zijn. Ze wilde naar huis, naar haar ouders, en ze liep dan ook een aantal keren weg. Al is weglopen niet de juiste omschrijving want we zijn een open huis en iedereen mag gaan en staan waar hij of zij wil. Als Elsje naar buiten was vond zij de weg niet meer terug, zij werd dan terug gebracht door een oplettende buurtgenoot of politie. Elsje ging nog harder achteruit en begon over de hele afdeling op de gekste plaatsen te plassen en te poepen. Een spoedoverleg met familie was nodig, en die middag werd besloten dat ook Elsje meer op haar plek zou zijn in het gesloten huis van de organisatie.


Het belang van korte lijntjes

Bij alle drie de dames bleek hoe belangrijk het is om binnen de organisatie korte lijntjes te hebben. De zorg rapporteert, zorgverantwoordelijken lezen dit en ondernemen actie wanneer dit nodig is. Die actie kan bestaan uit overleg met de verpleegkundige, vaak is dit genoeg. Een andere keer bestaat die actie uit het bespreken van een zorgplobleem tijdens de wekelijkse artsenvisite. Soms begint hier het balletje te rollen, zoals bij Gea en Janneke. Zij werden in de eerste instantie bij het wekelijkse overleg besproken en hier werd een actie op uitgezet wat zou leiden tot te verhuizing van beide dames. In het geval van Elsje bleek hoe prettig het is om altijd een arts in de buurt te hebben. Hij komt regelmatig op de afdeling, heeft contact met bewoners en de zorg. Vraagt door als hij dit nodig vind. Dit maakt de drempel om als zorgverlener naar de arts te lopen als je dit nodig vind aangenaam laag. Iedereen bij ons in huis is gelijk, iedereen heeft zijn eigen expertise, iedereen overlegt met elkaar om uiteindelijk de beste zorg voor iedere zorgvrager te kunnen bieden. Gea, Janneke en Elsje lieten mij weer even beseffen hoe fijn het is om te werken voor een organisatie die het belang van de zorgvrager op 1 zet.

door Sonja 21 december 2025
De laatste maanden van het jaar zijn voor mij de ultieme appeltaart maanden. Niet dat ik het de rest van het jaar niet lekker vind, maar in het najaar en winter smaakt het toch altijd nét wat lekkerder. Ik gaf mijn appeltaart een overheerlijke twist, het recept deel ik graag met je!
door Sonja 19 september 2025
“Antie-hiek?!” Ze schatert het uit. “Dat horloge is van 2013, lieve schat” Ik hoor het mijn moeder zeggen en zie haar complete lichaamstaal erbij. Ik merk dat het steeds vaker gebeurt dat er leuke en fijne gedachten aan mijn moeder door mijn hoofd gaan. Soms roept dat tranen op, vandaag moest ik er heel hard om lachen.
Three elderly women at a table, smiling, inside a room. Text overlays read
door Sonja 8 september 2025
Pesten... Het komt niet alleen bij jonge mensen voor, ook ouderen kunnen heel onaardig doen. Dementie kan zorgen voor decorumverlies en/of ongewenst gedrag. Wanneer iemand die óók dementie heeft anders doet dan "normaal" is kan dit zorgen voor pestgedrag. Aan ons dan de taak om een oplossing te bedenken.
Show More