Gea, Janneke en Elsje, drie dames van in de 90 met een vorm van dementie. Gea heeft jaren bij ons gewoond, Janneke enkele maanden en Elsje enkele weken.
Toen Gea bij ons kwam wonen was ze nog aardig “bij de pinken”, weet ik van collega’s (want ik kwam er pas werken toen Gea er al een jaar of 2 woonde) In die jaren ging zij steeds een stukje achteruit op cognitief gebied. Van een vrolijke vrouw die wel van een feestje hield en graag onder de mensen was, veranderde zij in een vrouw die aan steeds minder activiteiten meedeed. Niet alleen omdat ze er niet altijd meer zin in had, maar ook omdat zij, wanneer zij wel mee had gedaan aan een grote activiteit, daarna vaak zo overprikkeld was dat ze vaak erg boos was. Op de zorg, maar ook op medebewoners. Toen dit een aantal keren tot fysieke agressie had geleid werd het tijd om dit met de arts te bespreken. Er werd een episode aangemaakt, een apart kopje in het zorgdossier waarin we tijdelijk een situatie kunnen monitoren, kunnen evalueren en eventueel acties op uit kunnen zetten. Uit de episode kwam naar voren dat Gea eigenlijk niet langer op haar plek was. De afdeling was te groot, de geboden activiteiten niet meer passend bij Gea en daarnaast konden wij haar niet bieden wat wel nodig was, een op een aandacht. In nog een overleg bespraken we dat overplaatsing naar het gesloten huis van de zorgorganisatie waar ik werk, passend zou zijn.


